terugkomen

/tə'rʌxkomə/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) opnieuw naar een plaats komen waar men eerder geweest is
    Zij kwamen niet meer terug.
    Die idioten zouden dit nog kopen ook, dacht hij, en de volgende dag zouden ze terugkomen om te zeggen dat die kip zo stevig was, zo mooi van kleur, zo'n goede bite en volle smaak had.
    Hij had in Mammoth Lakes tijdelijk de trail verlaten om zijn vriendin een weekje op te zoeken, maar was kennelijk niet meer teruggekomen. Het off-trail-leven trekt kennelijk harder aan je dan je zou denken.
  2. erga (erga) ~ op/van: een eerder gemaakte afspraak, genomen beslissing of overeengekomen regel weer ongedaan maken
    Daar zijn ze helemaal op teruggekomen.
  3. erga (erga) ~ op: een al eerder besproken onderwerp nog eens opnieuw aankaarten
    Ik wil nog eens terugkomen op de migratie.
  4. weer optreden van iets dat verdwenen was
    Angst is heel krachtig als deze je normale vertrouwen ondermijnt en kan op elk moment terugkomen in de vorm van een paniekaanval.

Vertalingen

Engelsreturn
Duitszurückkommen, zurückkehren
Spaansvolver, regresar, reaparecer
Portugeesregressar, voltar