terugkomen
/tə'rʌxkomə/
Betekenis
werkwoord
- (erga) opnieuw naar een plaats komen waar men eerder geweest isZij kwamen niet meer terug.Die idioten zouden dit nog kopen ook, dacht hij, en de volgende dag zouden ze terugkomen om te zeggen dat die kip zo stevig was, zo mooi van kleur, zo'n goede bite en volle smaak had.Hij had in Mammoth Lakes tijdelijk de trail verlaten om zijn vriendin een weekje op te zoeken, maar was kennelijk niet meer teruggekomen. Het off-trail-leven trekt kennelijk harder aan je dan je zou denken.
- (erga) ~ op/van: een eerder gemaakte afspraak, genomen beslissing of overeengekomen regel weer ongedaan makenDaar zijn ze helemaal op teruggekomen.
- (erga) ~ op: een al eerder besproken onderwerp nog eens opnieuw aankaartenIk wil nog eens terugkomen op de migratie.
- weer optreden van iets dat verdwenen wasAngst is heel krachtig als deze je normale vertrouwen ondermijnt en kan op elk moment terugkomen in de vorm van een paniekaanval.
Vertalingen
Engelsreturn
Duitszurückkommen, zurückkehren
Spaansvolver, regresar, reaparecer
Portugeesregressar, voltar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek