terugroeping

vrouwelijk (de)/t(ə)ˈrʏxrupɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (van producten) inlevering bij de fabriek of leverancier voor herstel of vergoeding (vanwege een veel voorkomend gebrek door een fout bij de productie)
    De Japanse autoproducent Mazda roept in Noord-Amerika 320.000 auto's terug naar de garage in verband met een potentieel defect in de stuurbekrachtiging. (…) De terugroeping betreft auto's van de populaire Mazda 3 en Mazda 5 modellen die zijn gemaakt tussen 2 april 2007 en 30 november 2008.
  2. politiek (politiek) (van verkozenen) ontslag door een speciale stemming onder de kiezers
    Newsoms periode als gouverneur loopt eigenlijk pas in 2022 af, maar er is dit jaar een campagne voor een zogeheten terugroeping gestart. Als deze petitie door genoeg stemmers wordt ondertekend (er is een aantal van anderhalf miljoen nodig) , kan hij worden afgezet en wordt er een nieuwe gouverneur gekozen.
  3. (van personen die een taak moeten vervullen) opdracht om weer naar de opdrachtgever te gaan (voor nieuwe instructies of ontslag)
    Minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) stuurt de Nederlandse ambassadeur in Iran dit weekend terug naar Teheran. Hij had hem vorige week naar Den Haag geroepen voor overleg over de gang van zaken rond het proces, de executie en de begrafenis van de Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami. „We hebben met de terugroeping een duidelijk signaal gegeven. Ik denk dat dat helder is doorgekomen in Iran. Ik heb overleg gevoerd met de ambassadeur over wat er is gebeurd en hoe we verder moeten. Het is nu tijd voor hem om terug te keren naar zijn post en zijn werkzaamheden voor Nederlanders en het Nederlandse belang in Iran te hervatten”, stelde de minister vrijdag.
  4. toneel, muziek, verouderd (toneel) (muziek) (verouderd) (van uitvoerenden) door aanhoudende bijval nogmaals op het toneel laten komen om het applaus in ontvangst te nemen
    De hoofdsujetten genoten herhaaldelijk de eer der terugroeping.

Etymologie

* van "terugroepen"