teut

mannelijk/vrouwelijk (de)/tøt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel, persoon (informeel), (persoon) iemand die heel langzaam is
    De oude man is een echte teut geworden.
    Er komt geen werk uit haar handen want ze is een echte teut.
  2. informeel, persoon (informeel), (persoon) iemand die op een irritante manier veel kletst
zelfstandig naamwoord
  1. spits toelopend uiteinde van iets

Etymologie

#(informeel), (drinken) dronken, zat [1]