Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tien en een half

/ˈtinɛnənˌhɑlᵊf/

Betekenis

telwoord
  1. 10½ (of 10,5); het getal halverwege tussen tien en elf
    Ze mochten tien en een half uur per week recreëren.
    De helft van eenentwintig is tien en een half.

Etymologie

*woordgroep: 'tien en een half' [https://web.archive.org/web/20161224033551/http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/817/tweeeneenhalf_tweeneenhalf_twee_en_een_half_tweenhalf Twee-en-een-half / tweeëneenhalf / twee en een half / tweeënhalf op website: Taaladvies.net]; geraadpleegd 2017-02-07