tiende
onzijdig (het)/ˈtində/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) tijdsduur van 0,1 seconde
zelfstandig naamwoord
- (religie) (joods) Bijbelse verplichting een tiende van de opbrengsten van het land aan de priesters af te staanOok alle tienden des lands, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, zijn des HEEREN; zij zijn den HEERE heilig.
- (religie) (christelijk) kerkbelasting, gebaseerd op de Bijbelse verplichting
- (economie), (geschiedenis) belasting ter grootte van een evenredig deel van de opbrengsten, gegroeid uit de eerdere kerkbelasting
zelfstandig naamwoord
- tiende dag van een maand
- (kaartspel) reeks van tien opeenvolgende kaarten in dezelfde kleur
Etymologie
#gedeeld door tien, tien procent
Vertalingen
Engelstenth, tithe
Fransdixième, dime
Duitszehnte, Zehnt
Spaansdécimo, diezmo
Italiaansdecimo, decima
Japans十分の一税
Poolsdziesiąty, dziesięcina
Zweedstionde
Deenstiende
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek