tienjarige

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtinjarəɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. levend wezen dat 10 jaar oud is of iets dat 10 jaar bestaat
    De tienjarige ging naar een basisschool in de buurt.

Etymologie

*"10-jarige"

Vertalingen

Zweedstioåring