tijdeloosheid

vrouwelijk (de)/ˌtɛidəˈloshɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het tijdeloos zijn
    De tijdeloosheid van het meubelontwerp was de oorzaak dat het bankstel na 20 jaar nog steeds modern oogde.

Etymologie

* afgeleid van tijdeloos