tijdlijn

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtɛitlɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdschaal vormgegeven als balk of lijn
    Buiten de pagina van ‘Er mag gezongen worden’ gaat het nieuwtje ondertussen een eigen leven leiden. Negentig mensen klikken op ‘delen’ en sturen het via hun eigen tijdlijn naar vrienden. Daar, zonder de context van satire, waar vooral de kop opvalt - Sylvana Simons: ‘Schaf zwart scheidsrechterstenue af’ - wordt het aantal mensen dat het bericht gelooft al stukken groter. NRC Peter Zantingh 17 januari 2017