tijdperk
onzijdig (het)/ˈtɛitpɛrᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een begrensde en als eenheid beschouwde tijdIn welk tijdperk leefden de dinosauriërs ook al weer?
Vertalingen
Engelsperiod, epoch, age
Fransépoque, ère, âge
DuitsÄra
Spaansépoca
Zweedsålder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek