periode
Wat is de betekenis van periode?
periode betekent: bepaald tijdsbestek tussen twee tijdstippen
Betekenis
- bepaald tijdsbestek tussen twee tijdstippen
- (medisch) menstruatie
- (wiskunde) interval waarin een functie zich herhaalt
- (wiskunde) een groep cijfers die zich in een reeks blijft herhalen
- (natuurkunde) één volledige cyclus van zich herhalende verschijnselen als pulsreeksen, trillingen of golven
- (scheikunde) een reeks elementen gerangschikt naar opklimmend aantal protonen tussen twee edelgassen
- (geologie) een tijdperk dat deel uitmaakt van een era en bestaat uit subperiodes en tijdvakken
- (taalkunde) een tekstgedeelte met breed uitgewerkte volzinnen
Voorbeelden van "periode" in een zin
- Na de ontdekking van de zeeweg naar Indië volgde er een periode van grote bloei voor Portugal.
- In deze periode van het jaar zijn er altijd bosbranden in het Amazonegebied. De vuren zijn meestal aangestoken door boeren. Zij verbranden bossen om de grond leeg te maken. Die grond gebruiken ze dan voor akkerbouw en veeteelt. Er is zelfs een naam voor deze periode van het jaar. De Brazilianen noemen het quiemada. Dat betekent 'het branden'. Maar dit jaar is er een recordaantal bosbranden. Er zijn veel meer branden dan vorig jaar.
- Maar doordat ik voor zo’n langere periode van huis was besefte ik wel steeds meer hoe kostbaar tijd samen is.
- Zij heeft bijzonder veel last van haar periode.
- De sinus en cosinus zijn functies met een periode van 2π.
Betekenis en uitleg van periode
Een periode is een bepaalde tijdsspanne waarin iets plaatsvindt of waarin een specifieke toestand heerst. Het kan variëren van een kort moment tot jaren, afhankelijk van de context waarin je het gebruikt.
Het woord 'periode' wordt vaak gebruikt om tijdsblokken te beschrijven, zoals een schooljaar, een historische fase of een seizoen. In gesprekken over gebeurtenissen of ontwikkelingen kan het helpen om duidelijk te maken wanneer iets heeft plaatsgevonden. De nuance van het woord ligt in de context; een periode kan zowel een korte als een lange tijdspanne dekken, afhankelijk van wat je wilt benadrukken.
Voorbeelden
- In de middeleeuwen was er een periode van grote sociale veranderingen in Europa.
- Tijdens de examenperiode is het belangrijk om goed voor jezelf te zorgen en voldoende te ontspannen.
- Ze werkte twee jaar in het buitenland, wat een bijzondere periode in haar leven was.
Woordoorsprong
Het woord 'periode' komt van het Griekse 'periodos', wat 'ronde' of 'cyclus' betekent, en verwijst naar een terugkerend tijdsinterval.
Veelgestelde vragen over periode
Wat is de betekenis van periode?
periode betekent: bepaald tijdsbestek tussen twee tijdstippen
Hoeveel betekenissen heeft periode?
periode heeft 8 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft periode?
periode is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van periode?
Synoniemen van periode zijn: episode, epoche, fase, interbellum, interim.
Hoe gebruik je periode in een zin?
Voorbeeld: “Na de ontdekking van de zeeweg naar Indië volgde er een periode van grote bloei voor Portugal.”
Etymologie
* van περίοδος (períodos) "rondgang", samengesteld uit περί (peri) "rond, omheen" en ὁδός (hodos) "weg, pad"