interval
onzijdig (het)/ˈɪntərˌvɑl/
Wat is de betekenis van interval?
interval betekent: de tijd tussen twee tijdstippen van een tijdlijn, of de afstand tussen twee punten van een lijn
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de tijd tussen twee tijdstippen van een tijdlijn, of de afstand tussen twee punten van een lijn
- (muziek) de telling van de tonen van een diatonische toonladder
- (muziek) de afstand tussen twee verschillende tonen van een diatonische toonladder
Voorbeelden van "interval" in een zin
- Het eerste interval van een diatonische toonladder heet prime.
- Het interval tussen de twee noten is een kwart.
Etymologie
*afgeleid van 'val' (wal); (tussen)
Vertalingen
Engelsinterval, interval
Fransintervalle, intervalle
DuitsIntervall, Intervall
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek