interval

onzijdig (het)/ˈɪntərˌvɑl/

Wat is de betekenis van interval?

interval betekent: de tijd tussen twee tijdstippen van een tijdlijn, of de afstand tussen twee punten van een lijn

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tijd tussen twee tijdstippen van een tijdlijn, of de afstand tussen twee punten van een lijn
  2. muziek (muziek) de telling van de tonen van een diatonische toonladder
  3. muziek (muziek) de afstand tussen twee verschillende tonen van een diatonische toonladder

Voorbeelden van "interval" in een zin

  • Het eerste interval van een diatonische toonladder heet prime.
  • Het interval tussen de twee noten is een kwart.

Betekenis en uitleg van interval

Een interval is een tijdsperiode of ruimte tussen twee gebeurtenissen of punten. Het kan verwijzen naar een pauze in een activiteit of de afstand tussen twee muzikale tonen.

Je gebruikt het woord 'interval' vaak in situaties waarin je de tijd of ruimte tussen twee dingen wilt benadrukken. Bijvoorbeeld in de muziek om het verschil tussen noten aan te geven, of in sport om een rustperiode aan te duiden. Het woord heeft een neutrale connotatie en kan zowel in formele als informele contexten worden gebruikt.

Voorbeelden

  • Tijdens de repetitie was er een kort interval waarin de muzikanten hun instrumenten konden stemmen.
  • Na een intensieve workout nam hij een interval van vijf minuten om op adem te komen.
  • De film had een spannend interval dat het verhaal nog boeiender maakte.

Woordoorsprong

Het woord 'interval' komt van het Latijnse 'intervallum', wat 'ruimte tussen' betekent, samengesteld uit 'inter' (tussen) en 'vallum' (wal of muur).

Veelgestelde vragen over interval

Wat is de betekenis van interval?

interval betekent: de tijd tussen twee tijdstippen van een tijdlijn, of de afstand tussen twee punten van een lijn

Hoeveel betekenissen heeft interval?

interval heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft interval?

interval is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van interval?

Synoniemen van interval zijn: episode, epoche, fase, interimperiode, periode.

Hoe gebruik je interval in een zin?

Voorbeeld: “Het eerste interval van een diatonische toonladder heet prime.

Etymologie

*afgeleid van 'val' (wal); (tussen)

Vertalingen

Engelsinterval, interval
Fransintervalle, intervalle
DuitsIntervall, Intervall