tijdvak
onzijdig (het)/ˈtɛitfɑk/
Wat is de betekenis van tijdvak?
tijdvak betekent: een begrensd deel van de tijd (tijdsinterval)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een begrensd deel van de tijd (tijdsinterval)
- (geologie) een van de tijdperken waarin een periode verdeeld is
Voorbeelden van "tijdvak" in een zin
- In dat tijdvak zijn de winsten sterk gestegen.
- In het huidige tijdvak (het holoceen, van 10.000 v. Chr. tot heden) wordt het klimaat warmer en vochtiger.
- Decoraties en meubelstukken uit ver van elkaar verwijderde tijdvakken hingen en stonden elkaar met verwondering aan te staren.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek