tijdsindeling

vrouwelijk (de)/ˈtɛitsɪndelɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de verdeling van de tijd tussen verschillende bezigheden
    Tijdens het staatsbezoek was er sprake van een zeer strakke tijdsindeling.
    De gestuctureerde student had een goede tijdsindeling gemaakt en was mooi op tijd klaar met zijn scripties.