tijdsorde

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtɛitsɔrdə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ordening volgens het tijdstip dat iets gemaakt of gedaan is
    In chronologische volgorde hangen langs de muren schilderijen en reliëfs, de meeste van religieuze aard en afkomstig uit het Italië van de late mideleeuwen {{sic!|middeleeuwen
    Volgens Van Dale is de letterlijke betekenis van het woord kroniek "Verhaal van gedenkwaardige gebeurtenissen, in tijdsorde gerangschikt, maar zonder onderlinge samenhang'. NRC Elsbeth Etty 1 oktober 1993 [https://www.nrc.nl/nieuws/1993/10/01/lijden-in-de-stadsjungle-helen-knopper-over-de-jaren-7197939-a289686 Lijden in de stadsjungle; Helen Knopper over de jaren negentig]
  2. sociaal bepaalde manier waarop tijdsduur wordt onderverdeeld