tik
mannelijk (de)/tɪk/
Wat is de betekenis van tik?
tik betekent: een korte niet al te harde klap of schop
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een korte niet al te harde klap of schop
- het korte maar energieke geluid van zo'n klap of schop
Voorbeelden van "tik" in een zin
- Hij gaf een tikje tegen het venster.
- ‘Rustig, Misty’, en hij gaf het dier een corrigerende tik.
- Je moet mijn fiets eens nakijken, ik hoor steeds een tik.
Etymologie
*(klanknabootsing)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek