tik

mannelijk (de)/tɪk/

Wat is de betekenis van tik?

tik betekent: een korte niet al te harde klap of schop

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een korte niet al te harde klap of schop
  2. het korte maar energieke geluid van zo'n klap of schop

Voorbeelden van "tik" in een zin

  • Hij gaf een tikje tegen het venster.
  • ‘Rustig, Misty’, en hij gaf het dier een corrigerende tik.
  • Je moet mijn fiets eens nakijken, ik hoor steeds een tik.

Etymologie

*(klanknabootsing)