tikkelen
/ˈtɪkələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) herhaaldelijk met een korte beweging aanrakenEen grasspriet tikkelde aan tegen haar neus, een vlieg mafte rustig op haar koon.
- (inerg) herhaaldelijk tikken laten horenDe regen tikkelde tegen de ruiten, de wind woei in kleine, trieste vlaagjes, die gauw weer stilden.
Etymologie
*(freqtt) tikken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek