tikken
/ˈtɪkə(n)/
Wat is de betekenis van tikken?
tikken betekent: (ov) een of meer keren een niet harde slag of klap geven
Betekenis
werkwoord
- (ov) een of meer keren een niet harde slag of klap geven
- het regelmatige, korte maar energieke geluid van zo'n slag of klap
- (ov) typen
- (informeel) iets afvinken, iets gebruiken, iets tellen
Voorbeelden van "tikken" in een zin
- Hou toch eens op met tikken!
- Het tikken van de wekker houdt me uit mijn slaap.
- Je hoorde alleen het tikken van de klok en de wereld werd even op afstand gehouden.
- De hondennagels tikken op de tegels.
- Dus zodra ik klaar was met hun brieven, smokkelde ik er hier en daar een uurtje tussen om mijn eigen werk te tikken - ik begon steeds opnieuw, verfrommelde de vellen papier en stopte de proppen in mijn handtas om geen bewijsstukken achter te laten in de prullenbak.
Etymologie
*(klanknabootsing)
Uitdrukkingen
- iemand op de vingers tikken — iemand berispen
- zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens — oost west, thuis best
- op de kop tikken — iets voordeling kopen
- de tijd tikt voorbij — de tijd gaat voorbij
Vertalingen
Engelspat, tap, ticking
Duitsticken, tippen, jemandem auf die Finger klopfen
Spaanspalmear, tictac, escribir a máquina
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek