tilapia

mannelijk/vrouwelijk (de)/tiˈlapija/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. visserij, voeding (visserij) (voeding) benaming voor Afrikaanse zoetwatervissen uit de geslachten , en , die veel worden gekweekt
    In Europa neemt de consensus onder onderzoekers toe: vissenwelzijn is een issue. Van een reeks populaire soorten – ook kabeljauw en tilapia – weten we dat ze bewustzijn hebben en pijn kunnen ervaren. Dat leidt tot steeds meer aandacht voor het welzijn van vissen. Maar de Europese Unie heeft daar nog geen wetgeving over – Duitsland en Noorwegen wel. Dierenwelzijns-ngo’s en aquacultuurbedrijven zetten het verdoofd slachten nu op de agenda.de Standaard 4 november 2017
    Het bedrijf is in de afgelopen 265 jaar van rederij, visverwerker, rokerij en handelaar uitgegroeid tot een omvangrijke importeur en -exporteur van vis. Behalve tilapia, garnalen en pangasius verhandelt het bedrijf ook makreel, inktvis en vele andere zeevruchten.Tubantia 26 mei 2017
  2. straalvinnigen (straalvinnigen) een geslacht van straalvinnige vissen uit de familie van de cichliden ()

Etymologie

*van "tlhapi"

Vertalingen

EngelsSt. Peter's fish, tilapia