time
tɑjm
Wat is de betekenis van time?
time betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van timen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van timen
- gebiedende wijs van timen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van timen
- aanvoegende wijs van timen
Voorbeelden van "time" in een zin
- Ik time.
- Time!
- Time je?
- Wie rustig van de tentoonstelling wil genieten, time zijn bezoek zorgvuldig: alleen op werkdagen heel vroeg en rond etenstijd lijkt de bezoekersstroom iets minder groot.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek