time

tɑjm

Wat is de betekenis van time?

time betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van timen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van timen
  2. gebiedende wijs van timen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van timen
  4. aanvoegende wijs van timen

Voorbeelden van "time" in een zin

  • Ik time.
  • Time!
  • Time je?
  • Wie rustig van de tentoonstelling wil genieten, time zijn bezoek zorgvuldig: alleen op werkdagen heel vroeg en rond etenstijd lijkt de bezoekersstroom iets minder groot.