timer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klok (in computers en andere electronische apparatuur)In iedere computer zit een timer die bepaalt hoe snel de berekeningen worden uitgevoerd.
- wekkerVoor je gaat bakken moet je de timer van de over op 60 minuten zetten.
Etymologie
uit het Engels timer = klok
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek