titan
mannelijk (de)/ˈtitɑn/
Wat is de betekenis van titan?
titan betekent: (mythologie) lid van een geslacht van reuzen uit de Griekse mythologie dat de strijd met de goden aanbond, doch verloor
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mythologie) lid van een geslacht van reuzen uit de Griekse mythologie dat de strijd met de goden aanbond, doch verloor
- (figuurlijk) een van de veruit sterksten of invloedrijksten op een bepaald gebied
Voorbeelden van "titan" in een zin
- Prometheus was de zoon van de titan Japetus.
- Potgieter kreeg al dadelijk een sterke indruk van de beroemde Leidse student, die met zijn slordig uiterlijk en gebrek aan ‘wereld’ een titan van de geest was; van zijn afkeer van aanmatiging, zijn omvangrijke kennis en zijn helder oordeel, ook in literaire zaken.
Etymologie
* van Latijn "Titan", in de betekenis van ‘reus’ aangetroffen vanaf 1626
Vertalingen
Engelstitan
Spaanstitán
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek