tittel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. puntje op de letters i, j of ij
    De puntjes op de i en de j worden tittels genoemd.
  2. iets heel kleins
    U zegt: „God is en zal rechtvaardig zijn, zoals Zijn Woord zegt. Aan geen jota of tittel van de Wet zal voorbijgegaan worden, maar alles zal vervuld worden.”

Etymologie

* uit het Engels, afgeleid van titel

Uitdrukkingen

  • Ergens geen tittel of jota van afwetenergens geen verstand van hebben, ergens helemaal geen kennis van hebben