Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tjoep

mannelijk/vrouwelijk (de)/cup/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. klank die een opspringende beweging aangeeft
    Tjoep zegt de vlieger en hij wipt de lucht inTjoep zegt de vlieger en hij wipt omhoog
    Tjoep, tjoep, tjoep. Wat was dat? Wat voor insekten sprongen daar rond?
  2. klank die een plotselinge verandering aangeeft
    Er komt eerst een zij-afdakje aan het huis. (…) Dan worden de stutten steviger en het dak wordt echt. (…) En dan een zijwandje links en dan nog eentje rechts. En eentje ervoor met een deurtje erin: tjoep! huisvestingsprobleem opgelost.
    En toen blies ze op het gouden fluitje. En, tjoep...... daar stond de kleine kabouterman voor haar! β€˜Heb je mij geroepen, Anneke?’ vroeg hij vriendelijk. Hier ben ik al!’
tussenwerpsel
  1. (Surinaams-Nederlands) vermaning om te zwijgen
zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) oranje koker van soepel textiel die je om de hals, om het hoofd of als zweetband kan dragen
    Veel kinderen droegen natuurlijk hun oranje Koningsspelen t-shirt van vorig jaar. Dit jaar kregen alle kinderen een oranje β€˜tjoep’, die je kunt dragen als hoofdband, haarband of polsband en waarmee je dus nog beter kunt sporten!
    De tjoeps zaten in een feestpakket dat door de landelijke Koningsspelenorganisatie aan alle basisschoolleerlingen is uitgedeeld.

Etymologie

*[C] vermoedelijk fonetische weergave van "tube" omdat het de vorm van een buis heeft; bedacht als presentje voor kinderen die meededen aan de in 2014