toen

/tun/

Wat is de betekenis van toen?

toen betekent: op het tijdstip (of in de periode) dat

Betekenis

voegwoord
  1. op het tijdstip (of in de periode) dat

Voorbeelden van "toen" in een zin

  • Hij ging naar huis toen het vijf uur was.
  • Omdat het toen nog steeds te krap was, moest één jongen zittend in de hoek gaan slapen.

Betekenis en uitleg van toen

Het woord 'toen' gebruik je om naar een specifiek moment in het verleden te verwijzen. Het helpt om gebeurtenissen in de tijd te plaatsen, waardoor je verhalen en herinneringen duidelijker kunt maken.

Je gebruikt 'toen' vaak in combinatie met een tijdsaanduiding of een gebeurtenis om aan te geven wanneer iets plaatsvond. Het kan ook een bepaalde sfeer of emotie oproepen, vooral als je terugblikt op belangrijke momenten in je leven. Het is een veelzijdig woord dat zowel in gesproken als geschreven taal veel voorkomt.

Voorbeelden

  • Toen ik klein was, speelde ik elke dag buiten met mijn vrienden.
  • Ze vertelde dat ze toen ze op vakantie was, de mooiste zonsondergang ooit had gezien.
  • Toen de film afgelopen was, waren we allemaal stil van ontroering.

Woordoorsprong

Het woord 'toen' komt van het Oudnederlands 'tūn', dat verwijst naar een bepaald tijdstip of moment.

Veelgestelde vragen over toen

Wat is de betekenis van toen?

toen betekent: op het tijdstip (of in de periode) dat

Wat zijn synoniemen van toen?

Synoniemen van toen zijn: wanneer, daarop, vervolgens, destijds.

Hoe gebruik je toen in een zin?

Voorbeeld: “Hij ging naar huis toen het vijf uur was.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bijwoord van tijd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1451

Vertalingen

Engelswhen, then, back then
Fransdu temps que
Duitsals, während, dann
Spaansentonces