toen

/tun/

Wat is de betekenis van toen?

toen betekent: op het tijdstip (of in de periode) dat

Betekenis

voegwoord
  1. op het tijdstip (of in de periode) dat

Voorbeelden van "toen" in een zin

  • Hij ging naar huis toen het vijf uur was.
  • Omdat het toen nog steeds te krap was, moest één jongen zittend in de hoek gaan slapen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bijwoord van tijd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1451

Vertalingen

Engelswhen, then, back then
Fransdu temps que
Duitsals, während, dann
Spaansentonces