toet
mannelijk (de)/tut/
Betekenis
tussenwerpsel
- geluid van een hoorn, claxon of toeter, kort loeiend geluid
zelfstandig naamwoord
- toegespitste mond
- (informeel) zoen of kus
- (informeel) gezicht
- (veeteelt) (jong) vrouwtjesvarken
- (informeel) klein meisje, kind
- putje, kuiltje
- in een knot opgestoken hoofdhaar
Etymologie
*[zelfstandig naamwoord 4] mogelijk (ook) van "tut"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek