toeval
/ˈtuvɑl/
Wat is de betekenis van toeval?
toeval betekent: (n): een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet te voorzien of niet te berekenen is geweest
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n): een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet te voorzien of niet te berekenen is geweest
- (m)/(n): (medisch) een aanval van epilepsie
Voorbeelden van "toeval" in een zin
- Dat wil zeggen dat er één procent kans was dat de gevonden correlatie op toeval berust.
- De volgende ochtend zag ik haar nog op de gang van ons hotel, maar dat zal wel toeval zijn geweest.
- Gregorio en hij waren weliswaar op zoek naar haar, maar het was slechts bij toeval dat hij die kant uit keek: een glimp van een slank bruin been, een flits van een donkere vlecht.
Etymologie
* , (stam van het werkwoord vallen)
Vertalingen
Engelscoincidence, attack
Franscoïncidence, attaque
DuitsZufall, Anfall
Spaanscasualidad, azar, coincidencia
Italiaansattacco
Poolsprzypadek, napad
Zweedsslump
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek