toiletdeur

mannelijk/vrouwelijk (de)/twɑˈlɛdør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de van binnenuit afsluitbare deur van een toilet(hokje)
    De vlucht vanuit Manchester naar Islamabad (Pakistan) werd 7 uur vertraagd nadat een passagier per ongeluk een nooduitgang opende in plaats van de toiletdeur. Het voorval gebeurde net voor het opstijgen, waardoor de evacuatieglijbaan in werking trad. Tubantia Florian van Impe 10-06-19 [https://www.tubantia.nl/buitenland/vrouw-opent-per-ongeluk-nooduitgang-in-plaats-van-toilet-vlucht-7-uur-vertraagd~add9ba3a/ Vrouw opent per ongeluk nooduitgang in plaats van toilet, vlucht 7 uur vertraagd]
    De brandweer wist na metingen de schuldige te lokaliseren: de luchtverfrisser op het toilet. ,,Normaal verspreidt zo'n verfrisser die op een toiletdeur is bevestigd een kleine hoeveelheid nevel als de deur open gaat", zegt Diane Inkelaar van Veiligsheidsregio IJsselland. Tubantia Janske Mollen 04-04-19 [https://www.tubantia.nl/zwolle/studentes-deltion-college-zwolle-onwel-na-volle-laag-van-toiletverfrisser~af7234b7/ Studentes Deltion College Zwolle onwel na volle laag van toiletverfrisser]