toneelcarrière

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de loopbaan van iemand als toneelspeler of cabaretier
    als mijn assistente hun meedeelt dat ik eerder dan de anderen terug moet naar New York in verband met Mordecai - die de meesten kennen, hoewel niet persoonlijk maar wel door de films en zijn toneelcarrière, en daar hebben ze ontroerend veel respect voor.
    Al tijdens haar schooltijd stond Van Faassen op de planken. Nadat ze in 1951 haar diploma op de toneelschool in Amsterdam had gehaald, begon ze haar toneelcarrière bij de Nederlandse Comedie.