toneelstuk

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toneel (toneel) een verhaal dat bestemd is om uitgebeeld te worden
    We bezochten het toneelstuk met de hele klas.
    Het toneelstuk heette Play, geschreven door Samuel Beckett, en ik had nog nooit zoiets gezien.
    Toen ik klein was, moest ik op school de Herfst spelen in een toneelstuk over de seizoenen.
  2. een onechte manier van doen om iemand een verkeerde voorstelling van zaken te geven
    Maar die kenmerkende, priemende blik van Lauren, het verwijden van haar pupillen en het samentrekken van haar lippen alsof ze op een rietje zuigt, zegt me dat het toneelstuk van de afgelopen dagen voor niets is geweest.