tonen
/tonə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) een bepaalde indruk geven
- (ov) laten zienDat toonde hoe moedig en capabel hij werkelijk was.'Lieve vriendinnen, jullie moeten meer van elkaar houden, meer liefde tonen, meer samen zijn,' zei hij.Ze heeft vele mooie herinneringen aan hem en toonde ons wel eens vol trots krantenartikelen en foto’s uit de tijd dat hij Minister van Oorlog en Marine was, tussen 1948 en 1950.
- (ov) duidelijk maken
- (ov) blijken te bezitten
- (refl) zich ~: zich doen kennen als
Etymologie
* In de betekenis van ‘laten zien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsshow
Fransmontrer
Duitszeigen
Spaansmostrar, enseñar
Italiaansmostrare
Portugeesmostrar
Japans見せる, みせる, miseru
Poolspokazywać
Zweedsvisa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek