tonic
mannelijk (de)/ˈtɔnɪk/
Wat is de betekenis van tonic?
tonic betekent: (drinken) soort kleurloze, licht bittere, koolzuurhoudende frisdrank
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (drinken) soort kleurloze, licht bittere, koolzuurhoudende frisdrank
- (drinken) glas of blikje met bepaalde kleurloze, licht bittere, koolzuurhoudende frisdrank
- (cosmetica) vloeistof bestemd om de huid te reinigen voor het aanbrengen van dagcrème
Voorbeelden van "tonic" in een zin
- Je riep de kelner en vroeg wat hij drinken wilde. Hij wilde tonic. Hij kon geen drank meer zien, zei hij.
- Hij keek kritisch toe bij het werk van zijn broer, die een tonic pakte uit een bak achter de tapkast.
- Dermo Purifyer is een nieuwe serie om een huidprobleem te verhelpen waarvan vooral pubers last hebben: een onzuivere huid met puistjes, ofwel acne. (…) Dermo Purifyer is niet minder dan een lijn en bestaat uit een reinigingsgel, een tonic, een crème-gel en een scrub.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘spuitwater’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1955
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek