tonica

vrouwelijk (de)/ˈtonika/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) de grondtoon van een toonaard, toonsoort, toonladder
  2. muziek (muziek) het centrale akkoord (drieklank) van grondtoon, derde toon en vijfde toon van een toonladder

Etymologie

*Van het Duitse Tonika.

Vertalingen

Engelstonic
Franstonique
DuitsGrundton