tonica
vrouwelijk (de)/ˈtonika/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) de grondtoon van een toonaard, toonsoort, toonladder
- (muziek) het centrale akkoord (drieklank) van grondtoon, derde toon en vijfde toon van een toonladder
Etymologie
*Van het Duitse Tonika.
Vertalingen
Engelstonic
Franstonique
DuitsGrundton
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek