toonhoogte

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) de frequentie van de grondtoon van een geluidssignaal
    Kinderen kunnen nog een toonhoogte van 20 kHz horen.
  2. muziek (muziek) de relatieve afstand van een toon ten opzichte van een andere toon
    Let erop dat tijdens het zingen de toonhoogte niet lager wordt.

Vertalingen

Engelspitch
Franshauteur (f) tonale
DuitsTonhohe