toonsleutel
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- symbool aan het begin van de notenbalk die aangeeft welke toon bij welke lijn op die notenbalk hoortDraaisma: “Zo'n prent ging aan het boek vooraf als een toonsleutel aan een melodie. Ze biedt een samenvatting van wat de auteur met zijn tekst wil: ik sta in een empirische traditie, ik hanteer mechanische analogieën voor lichamelijke functies - zaken die nu in een voorwoord of flaptekst staan. NRC Dirk van Delft 10 mei 1997 [https://www.nrc.nl/nieuws/1997/05/10/zien-en-niet-geloven-het-beeld-in-de-wetenschap-beslecht-7352800-a1114898 Zien en niet geloven; het beeld in de wetenschap beslecht zelden een controverse]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek