tophit

mannelijk (de)/ˈtɔphɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. veel verkocht, veel gespeeld, populair lied, boek of film
    Daarna brak hij door een tweede plafond: dat van het blanke publiek. Rock-’n-roll werd geboren en de ietwat verlegen antirebel surfte mee met ‘Ain’t that a shame’, de eerste van een lange rij tophits, zoals ook de countrycover ‘Blueberry Hill’, ‘My girl Josephine’ en ‘Whole lotta loving’. Hij klonk niet zo rauw als blueszanger Howlin Wolf, en leek dus ook niet zo bedreigend. ‘We vonden hem eigenlijk meer een countryzanger’, zei Bartholomew later.de Standaard 26 oktober 2017
    De opmerkelijkste wijziging is wel die van ‘onze’ boerenrockformatie Normaal. Op de landelijke lijst is tophit ‘Oerend Hard’ terug te vinden op de 276e plaats. Hier is er een top 10-notering weggelegd voor Bennie Jolink en zijn mannen. Ook de muziek van Metallica en Guns ’n Roses wordt in het Oosten van het land hoger gewaardeerd.Tubantia 23 december 2014

Etymologie

* uit het Engels