hit
mannelijk (de)/hɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lied dat in korte tijd zeer populair wordtMarco Borsato heeft al vele hits gehad.
- (informatica) treffer bij een zoekactie
- paard uit een ras dat klein blijft
zelfstandig naamwoord
- (figuurlijk) (historisch) meisje als hulp in de huishouding
Etymologie
*(m) [3], (f): van "Hitland" als verouderde benaming voor "Shetland", in de betekenis van ‘paardje’ voor het eerst aangetroffen in 1778
Vertalingen
Engelshit
Spaanséxito
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek