traanloos
/ˈtranlos/
Wat is de betekenis van traanloos?
traanloos betekent: waarbij huilen uitblijft
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- waarbij huilen uitblijft
Voorbeelden van "traanloos" in een zin
- Ze leefde even lachloos, maar ook even traanloos verder, zegde trouw bij het te bedde gaan en weer opstaan, en bij de drie maaltijden, haar tevreden en genadevolle gebeden op.
Etymologie
afgeleid van traan met het achtervoegsel -loos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek