tractor

mannelijk (de)/ˈtrɑktɔr/

Wat is de betekenis van tractor?

tractor betekent: (techniek), (verkeer) motorvoertuig dat dient tot het voorttrekken van landbouwwerktuigen, machines enz

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek, verkeer (techniek), (verkeer) motorvoertuig dat dient tot het voorttrekken van landbouwwerktuigen, machines enz

Voorbeelden van "tractor" in een zin

  • Die tractor blokkeerde een tijdlang alle verkeer op de weg.

Betekenis en uitleg van tractor

Een tractor is een krachtig voertuig dat speciaal is ontworpen voor landbouwdoeleinden. Het wordt vaak gebruikt om zware machines te trekken of om landbouwgrond te bewerken, waardoor het een essentieel hulpmiddel is voor boeren.

Je komt het woord 'tractor' vaak tegen in de context van landbouw en boerderijactiviteiten. Het is een veelzijdig voertuig dat niet alleen helpt bij het ploegen van de grond, maar ook bij het transporteren van goederen of het uitvoeren van andere agrarische taken. In de moderne landbouw zijn er verschillende soorten tractors beschikbaar, zoals compacte modellen voor kleinere bedrijven of grotere, krachtige machines voor uitgebreide akkers.

Voorbeelden

  • De boer startte zijn tractor en reed het veld op om de gewassen te verzorgen.
  • Tijdens de oogsttijd zijn de tractors in de hele regio druk in de weer om de producten van de velden te halen.
  • Ze kochten een nieuwe tractor met moderne technologie om hun werkzaamheden efficiënter uit te voeren.

Woordoorsprong

Het woord 'tractor' is afgeleid van het Latijnse 'tractus', wat 'trekken' betekent. Dit verwijst naar de primaire functie van de machine, namelijk het trekken van andere apparatuur.

Veelgestelde vragen over tractor

Wat is de betekenis van tractor?

tractor betekent: (techniek), (verkeer) motorvoertuig dat dient tot het voorttrekken van landbouwwerktuigen, machines enz

Welk woordgeslacht heeft tractor?

tractor is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van tractor?

Synoniemen van tractor zijn: trekker.

Hoe gebruik je tractor in een zin?

Voorbeeld: “Die tractor blokkeerde een tijdlang alle verkeer op de weg.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘trekker van voertuigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1928

Vertalingen

Engelstractor
Franstracteur
DuitsSchlepper, Traktor, Trecker
Spaanstractor
Italiaanstrattore
Portugeestractor, trator
Turkstraktör
Zweedstraktor
Deenstraktor