trainersvak
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- alles wat te maken heeft met het beroepsmatig trainen van sportersTheo Janssen: ik ga zeker verder in het trainersvakVeel voetballers rollen als vanzelf in het trainersvak. Heel soms knoopt een voetballer meteen na zijn carrière een stropdas om. Met wisselend succes.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek