training
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een oefeningKom je ook naar de training op zaterdag?Het gymnasium De Griekse topsport kon gedijen vanwege een brede basis, en die begon met training in het gymnasium.
- opleiding in een vaardigheidik heb vandaag weer een managementtrainingHet onderzoek laat zien dat Oekraïense kinderen in deze kampen geïndoctrineerd worden met "militair-patriottische" trainingen en bestraft worden voor hun Oekraïense identiteit. Een Oekraïense mensenrechtenactivist noemde de kampen "vernietigingskampen voor de Oekraïense identiteit".[https://www.nu.nl/spanningen-oekraine/6350330/massale-ontvoering-van-oekraiense-kinderen-blijkt-uitvoerig-gepland-door-russen.html www.nu.nl (24 mrt 2025)]De commandanten hadden in Dordrecht een training gevolgd en brachten de verworven kennis en kunde op geheime plekken over op de onder hen vallende manschappen.
Etymologie
* van trainen
Uitdrukkingen
- Training on the job
Vertalingen
Engelstraining
Fransentraînement
DuitsTraining
Spaansentrenamiento
Italiaansallenamento
Poolstrening
Zweedsträning
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek