trainingsweekend
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van trainingsweekend?
trainingsweekend betekent: een weekeinde dat men gebruikt om zich verder te bekwamen in een sport
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een weekeinde dat men gebruikt om zich verder te bekwamen in een sport
Voorbeelden van "trainingsweekend" in een zin
- "Het was sowieso mijn intentie om een goed trainingsweekend te rijden", vertelde Ter Mors over haar afmelding. "Als ik veel voorsprong had gehad, dan had ik natuurlijk wel gereden. Maar met deze voorsprong ga ik niet winnen en dan moet ik een slimme keuze maken."
- "We doen het rustig aan en moeten geen ongevalletje oplopen", zegt Sjinkie Knegt. Veel waarde hecht hij in een olympisch seizoen niet aan de nationale titels. "Het is een verplicht nummertje. Laten we het een mooi trainingsweekend noemen."
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek