woorden
boek
Start
›
T
›
trancheervork
trancheervork
mannelijk/vrouwelijk (de)
/trɑnˈʃervɔrᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
huishouden
(huishouden) vork om het vlees vast te houden bij het trancheren, voorsnijvork
Vertalingen
Spaans
tenedor para trinchar
Verwante woorden
Tran
trance
tranceachtig
tranceachtige
trancemuziek
trances
trancetoestand
trancetoestanden
tranche
trancheer
trancheerde
trancheermes
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← trancheert
trancheervorken →