tranquillizer
mannelijk (de)/ˈtrɛŋkwɪˌlɑjzər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) middel dat opwindingstoestanden bedaart
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kalmerend middel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1959
Vertalingen
Engelstranquillizer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek