transistor
mannelijk (de)/trɑnˈzɪstɔr/
Wat is de betekenis van transistor?
transistor betekent: (elektrotechniek), (elektronica) een in de twintigste eeuw uitgevonden halfgeleider die elektrische signalen versterkt, als voorloper van het geïntegreerde circuit (de chip) en daarmee ook een belangrijk basiselement van de computer en internet
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek), (elektronica) een in de twintigste eeuw uitgevonden halfgeleider die elektrische signalen versterkt, als voorloper van het geïntegreerde circuit (de chip) en daarmee ook een belangrijk basiselement van de computer en internet
- transistorradio
Etymologie
*van het Engelse transfer (overdracht) + resistor (weerstand) ()
Vertalingen
Engelstransistor
Franstransistor
DuitsTransistor
Spaanstransistor
Italiaanstransistor
Portugeestransístor
RussischТранзистор
Chinees晶体管
Japansトランジスタ
Koreaans트랜지스터
Arabischمقحل
Turkstransistör
Poolstranzystor
Zweedstransistor
Deenstransistor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek