transistor

mannelijk (de)/trɑnˈzɪstɔr/

Wat is de betekenis van transistor?

transistor betekent: (elektrotechniek), (elektronica) een in de twintigste eeuw uitgevonden halfgeleider die elektrische signalen versterkt, als voorloper van het geïntegreerde circuit (de chip) en daarmee ook een belangrijk basiselement van de computer en internet

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektrotechniek, elektronica (elektrotechniek), (elektronica) een in de twintigste eeuw uitgevonden halfgeleider die elektrische signalen versterkt, als voorloper van het geïntegreerde circuit (de chip) en daarmee ook een belangrijk basiselement van de computer en internet
  2. transistorradio

Betekenis en uitleg van transistor

Een transistor is een klein elektronisch apparaat dat kan functioneren als een schakelaar of versterker voor elektrische signalen. Het speelt een cruciale rol in moderne elektronica, zoals computers en smartphones, door signalen te regelen en te versterken.

Transistors worden vaak gebruikt in de productie van geïntegreerde schakelingen en zijn de bouwstenen van veel elektronische apparaten. Je komt het woord vooral tegen in de context van technologie en elektronica, bijvoorbeeld wanneer je praat over het ontwerp van circuits of de werking van apparaten. De nuance van het begrip ligt in de veelzijdigheid; ze kunnen zowel analoge als digitale signalen verwerken.

Voorbeelden

  • De nieuwe smartphone is uitgerust met een geavanceerd systeem van transistors dat zorgt voor een snellere verwerking van gegevens.
  • In de les natuurkunde leerden we hoe transistors werken en waarom ze zo belangrijk zijn voor moderne technologie.
  • Bij het bouwen van een radio-ontvanger is het essentieel om de juiste transistors te kiezen voor een helder geluid.

Woordoorsprong

Het woord 'transistor' is een samenvoeging van 'transfer' en 'resistor', wat verwijst naar de functie van het apparaat in het overdragen en reguleren van elektrische stromen.

Veelgestelde vragen over transistor

Wat is de betekenis van transistor?

transistor betekent: (elektrotechniek), (elektronica) een in de twintigste eeuw uitgevonden halfgeleider die elektrische signalen versterkt, als voorloper van het geïntegreerde circuit (de chip) en daarmee ook een belangrijk basiselement van de computer en internet

Hoeveel betekenissen heeft transistor?

transistor heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft transistor?

transistor is een mannelijk (de).

Etymologie

*van het Engelse transfer (overdracht) + resistor (weerstand) ()

Vertalingen

Engelstransistor
Franstransistor
DuitsTransistor
Spaanstransistor
Italiaanstransistor
Portugeestransístor
RussischТранзистор
Chinees晶体管
Japansトランジスタ
Koreaans트랜지스터
Arabischمقحل
Turkstransistör
Poolstranzystor
Zweedstransistor
Deenstransistor