transporteur

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) ondernemer van transporten, vervoerder
  2. toestel of machineonderdeel waarmee iets verplaatst wordt b.v. een bandtransporteur
  3. gereedschap (gereedschap) gradenboog die dient om opgemeten hoeken over te brengen, een hoektransporteur

Etymologie

* van transporteren

Vertalingen

Engelscarrier, transporter
Spaanstransportista