transporteur
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) ondernemer van transporten, vervoerder
- toestel of machineonderdeel waarmee iets verplaatst wordt b.v. een bandtransporteur
- (gereedschap) gradenboog die dient om opgemeten hoeken over te brengen, een hoektransporteur
Etymologie
* van transporteren
Vertalingen
Engelscarrier, transporter
Spaanstransportista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek