transportminister

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lid van het kabinet die het vervoer in zijn of haar portefeuille heeft
    Met name in de havens van Dover en Calais worden flinke vertragingen verwacht bij een 'No Deal'. Volgens de transportminister kan de handel met 87 procent teruglopen.
    Netanyahu legde tijdens het kabinetsberaad vanmorgen de schuld voor de verkeerschaos bij zijn transportminister Yisrael Katz.