trap
Wat is de betekenis van trap?
trap betekent: (bouwkunde) verbinding tussen twee op verschillende hoogte liggende vloeren of terreinen, bestaande uit een reeks treden die zich (schuin) boven elkaar bevinden
Betekenis
- (bouwkunde) verbinding tussen twee op verschillende hoogte liggende vloeren of terreinen, bestaande uit een reeks treden die zich (schuin) boven elkaar bevinden
- stoot met de voet
- (techniek) onderdelen van een duikuitrusting die de druk van de perslucht terugbrengen naar normale druk om te ademen
- mate van ontwikkeling
- (muziek) functie of akkoord in een akkoordreeks
- (taalkunde) elk van de verschillende mogelijke vormen van een bijvoeglijk naamwoord die een bepaalde mate van gradatie aangeven
- (trapachtigen) benaming voor vogels uit de familie
Voorbeelden van "trap" in een zin
- Hij liep de trap op.
- Gebroederlijk pakten we elkaars handen vast en liepen de trap op van de enige winkel van het dorp, die ook dienst deed als centrale hangplek voor alle hikers.
- Hij gaf de bal een veel te harde trap.
- Op deze trap van ontwikkeling vormen de arbeiders een over het gehele land verstrooide en door de concurrentie verbrokkelde massa [http://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1848/manifest/manif1.htm Het Communistisch Manifest]
- De stellende, vergrotende en overtreffende trap.
Betekenis en uitleg van trap
Een trap is een structuur die bestaat uit een reeks treden, waardoor je van de ene naar de andere hoogte kunt bewegen. Denk aan de trappen in je huis die je naar de bovenverdieping leiden, of de trappen in een theater waar je beter zicht hebt op het podium.
Het woord 'trap' wordt vaak gebruikt in verschillende contexten, zoals in de bouw, binnen een woning of zelfs in verkeerssituaties. Je kunt bijvoorbeeld spreken over een buitentrap die naar de voordeur leidt, of over een roltrap in een winkelcentrum. In figuurlijke zin kan 'trap' ook verwijzen naar een situatie waarin iemand wordt geconfronteerd met een obstakel of een moeilijkheid.
Voorbeelden
- Na een lange dag werken, was het fijn om eindelijk de trap op te lopen naar mijn rustige slaapkamer.
- De roltrap in het warenhuis was kapot, waardoor iedereen de steile trap met moeite moest beklimmen.
- Hij voelde zich alsof hij telkens weer een trap naar beneden ging in zijn carrière, ondanks zijn inspanningen.
Woordoorsprong
Het woord 'trap' komt van het Middelnederlandse 'trappe', dat verwant is aan het Oudhoogduitse 'trapfo', wat ook 'trede' betekent.
Veelgestelde vragen over trap
Wat is de betekenis van trap?
trap betekent: (bouwkunde) verbinding tussen twee op verschillende hoogte liggende vloeren of terreinen, bestaande uit een reeks treden die zich (schuin) boven elkaar bevinden
Hoeveel betekenissen heeft trap?
trap heeft 7 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft trap?
trap is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van trap?
Synoniemen van trap zijn: schop.
Hoe gebruik je trap in een zin?
Voorbeeld: “Hij liep de trap op.”
Etymologie
*[B]: via Middelnederlands """ en "trappe" van "drop" of "drop"
Uitdrukkingen
- Een trap nageven — Iemand die al in een kwetsbare positie zit, nog eens extra aanvallen
- Van de trap gevallen zijn — naar de kapper zijn geweest