trapgans
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtrɑpxɑns/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (trapachtigen) benaming voor vogels uit de familie
Etymologie
*van Middelnederlands "trapgans", in de betekenis van ‘kraanvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477, op te vatten als
Vertalingen
Spaansotídido
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek