trapper

mannelijk (de)/ˈtrɑpər/

Wat is de betekenis van trapper?

trapper betekent: een uitsteeksel aan een toestel of voertuig bedoeld om met de voet op te trappen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een uitsteeksel aan een toestel of voertuig bedoeld om met de voet op te trappen

Voorbeelden van "trapper" in een zin

  • Hij ging eens flink op de trappers staan.

Etymologie

* van trappen