tras
mannelijk (de)/trɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (materiaalkunde) gemalen tufsteen, kan aan cement en beton worden toegevoegd
- (bouwkunde) cement waaraan gemalen tufsteen aan is toegevoegd
- iets dat is gemaakt met cement of beton waaraan tras is toegevoegd
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) uitgeperst suikerriet
- (landbouw) afgehakte bladeren van suikerriet
Etymologie
*[B] van "trash" "afval"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek